Frank van Poppel

Frank van Poppel nam vorig jaar het akkerbouwbedrijf over van zijn ouders Frans en Riek, waar hij voorheen mee in maatschap zat. Twee jaar eerder zijn ze gestopt met de melkveetak van het bedrijf, waardoor Frank zich nu 100% op de akkerbouw kan richten. Dat mag ook wel, want met de vele hectares aardappels, uien, waspeen, boontjes, suikerbiet, graan, snijmaïs en gras die Frank bewerkt, is er altijd wel werk aan de winkel!

Januari is een rustige tijd voor Frank. Er wordt onderhoud gedaan aan de machines en er is tijd om op skivakantie te gaan, want in de zomer zit vakantie er normaal niet in. Een mooi moment om eens te vragen hoe het seizoen van een akkerbouwer er eigenlijk uit ziet. Frank vertelt: “Het jaar begint met het onderwerken van de groenbemester, dat is een gewas dat ik in het najaar ervoor heb gezaaid. De groenbemester neemt voedingsstoffen op die na de teelt van het hoofdgewas in de bodem zijn achtergebleven. Hierdoor wordt uitspoeling (van met name stikstof) tegengegaan. Na het afsterven van de groenbemester komen alle voedingsstoffen weer beschikbaar voor het nieuwe gewas. Vervolgens bemest ik de grond met koeienmest van lokale boeren, eventueel aangevuld met kunstmest of  mineralenconcentraat (circulaire kunstmest).”

De volgende stap in het proces is het ploegen en zaaiklaar maken van de grond. “Ploegen doe ik steeds minder.” legt Frank uit. “Ik probeer waar mogelijk niet-kerende grondbewerking toe te passen, zodat ik de plantenresten van het vorige seizoen bij het nieuwe gewas houdt. Hierdoor hoef ik minder te bemesten.” Vervolgens wordt het gewas gezaaid of gepoot. Als de gewassen in de grond zitten, is het werk echter niet gedaan. Iedere week loopt Frank over elk perceel om te kijken hoe het land erbij ligt, hoe de groei van de gewassen is, of er onkruid groeit, hoe vochtig het is enzovoorts. “Indien nodig kan ik dan bijsturen met gewasbescherming of moet ik bijvoorbeeld beregenen. Om te bepalen wanneer ik moet beregenen word ik geholpen door vochtsensoren in de bodem. Deze registreren eerder droogte dan dat je het met het oog kunt zien, waardoor je eerder start met beregenen maar je in totaal minder liters water hoeft te geven.”

Tot slot kan er dan worden geoogst, wat voor ieder gewas op een ander moment in het seizoen gebeurt. De meeste gewassen worden direct van het land opgehaald door een verwerkende partij. De aardappelen bewaart Frank in een speciale bewaarloods, waar ze middels een ventilatiesysteem op de ideale temperatuur en luchtvochtigheid worden bewaard. Zo kunnen ze op meerdere momenten in het jaar aardappels leveren. Bovenop de bewaarloods liggen trouwens 850 zonnepanelen, waardoor Frank naast voedselleverancier ook energieleverancier is voor omgerekend 75 huishoudens. Ná de oogst is het meteen weer vooruitdenken. Frank: “Ik laat van ieder perceel bodemmonsters nemen. Afhankelijk van het gewas dat ik het jaar erop op het perceel wil zaaien, kies ik een groenbemester die specifiek de groei van aaltjes onderdrukt die schadelijk zijn voor dat gewas. Zo heeft het nieuwe gewas meteen een frisse start.”

Frank ziet al met al een goede toekomst tegemoet voor de akkerbouw: “Door de steeds strengere regels wordt het op minder plekken mogelijk om voedsel te produceren in Nederland. Op de plaatsen waar akkerbouw blijft behouden zullen de gewassen met steeds minder middelen onkruid- en plaagvrij moeten worden gehouden. Dat is een hele uitdaging, maar ik verwacht daardoor wel dat de opbrengstprijzen voor de gewassen zullen stijgen.” Op de vraag wat hij zelf nog voor toekomstplannen heeft antwoordt Frank: “De stal waar voorheen de koeien stonden wil ik graag slopen, en hier een bewaarloods voor uien en plantenmateriaal voor terugzetten. Mogelijk zou ik daar ook nog een boerderijautomaat willen plaatsen zodat mensen rechtstreeks producten van mij kunnen afnemen.”