Johan en Monique Kwinten
Bergeijkse boeren is te gast bij de bonte kudde van schapenhouderij De Elzenhoeve! Dat het voorjaar stilletjes aan in aantocht is, wordt pas echt duidelijk bij een bezoekje aan schapenhouderij De Elzenhoeve aan de Elsendijk in Luyksgestel. Eigenaren Johan Kwinten (52) en Monique van Horssen (44) zitten volop in de lammerperiode. Een prachtige, maar intensieve tijd, met veel zorg voor de dieren en gebroken nachten. Ze zouden het echter voor geen goud willen missen.
Liefde voor de schapenhouderij
Johan groeide op in Westerhoven tussen de schapen van zijn vader. Naast zijn werk bij de melkfabriek op ’t Loo, hield zijn vader een kudde Texelaars. Al vroeg kregen Johan en zijn broers ieder de verantwoordelijkheid over hun eigen schaap, waarmee gefokt werd en waarmee hoge ogen gegooid werden op stamboekkeuringen. Zo is de liefde voor de schapenhouderij er bij Johan al met de paplepel ingegoten. Hoe anders was dat voor Monique. Toen zij Johan leerde kennen, had zij alleen een hondje en in een heel ver verleden had ze weleens paard gereden, maar veel verder dan dat ging haar ervaring met dieren niet. Inmiddels is ze echter net zo besmet met het “schapenvirus” als Johan en draait ze haar hand niet meer om voor een moeilijke bevalling of voor het grootbrengen van een moederloos lam.
Fokken van het Nederlands Bonte Schaap
In eerste instantie bestond de kudde van Johan en Monique ook uit Texelaars, maar dit ras staat erom bekend dat de geboortes van de lammeren niet altijd even makkelijk gaan. Johan vertelt: “Wij combineren de schapenhouderij met ieder nog een baan buitenshuis. Gelukkig kan Monique ook veel vanuit huis werken en is mijn vader ook nog altijd nauw betrokken bij de schapen, zodat er eigenlijk altijd iemand is om de schapen in de lammerperiode in de gaten te houden. De piekperiode lag dit jaar in de twee weken rond carnaval en dan nemen we allebei vakantie op. We zijn op zoek gegaan naar een ras waarbij de geboortes makkelijk verlopen en kwamen zo terecht bij het Nederlands Bonte Schaap. Inmiddels hebben we ons toegelegd op het fokken van dit ras en telt de kudde nu 114 schapen die dit jaar moeten lammeren”. Monique vertelt dat het fokken van dit schaap nog niet zo simpel is. “Het stamboek stelt hoge eisen aan de fokkerij van het Bonte schaap. Zo moet de verdeling van de bruine en de witte wol 20% tegenover 80% zijn. We streven naar een schaap met veel buikinhoud, zodat er voldoende ruimte is voor de lammeren en zodat de ooi voldoende voer kan opnemen om melk te produceren voor haar jongen. Tegenwoordig streven we ook naar dieren met een kortere vacht, aangezien er momenteel nauwelijks afzetmogelijkheden zijn voor de wol. Er lopen wel proeven om schapenwol te gebruiken als isolatiemateriaal in de bouw, maar dit staat nog in de kinderschoenen”.
Succesvolle fokkerij
Dat Johan en Monique succesvol zijn met hun fokkerij, blijkt wel uit het feit dat er vraag naar hun dieren is vanuit binnen- en buitenland. Bijzonder trots zijn ze dan ook op het feit dat het hun gelukt is om bepaalde ziektes, door middel van flinke investeringen in huisvesting en voeding, uit te bannen van hun bedrijf. “Onze schapen worden verkocht aan andere fokkers en particulieren, eigenlijk altijd via mond op mond reclame. Van april tot juli kom ik samen met mijn zoon Siem (20) bij veel andere schapenhouders over de vloer om schapen te scheren, zo zijn de lijntjes kort” vertelt Johan. Help een schaap in nood De schaapskudde loopt eigenlijk jaarrond in de wei. In de winter vaak bij boeren om de wei kaal te vreten, maar ’s zomers ook bij particulieren die her of der een hoekje grond over hebben. Tegen het einde van de dracht is de ooi topzwaar en kan het weleens gebeuren dat ze op haar rug belandt, doordat ze zich over de grond schuurt, vaak na een regenbui. Ze kan dan zelf niet meer terugrollen. Helaas kan dit fataal aflopen door ophoping van gas in de pens. “We hopen altijd dat mensen zelf de wei in lopen om het schaap te helpen of dat ze contact met ons opnemen. We gaan zelf ook twee keer per dag kijken, maar soms kan het dan al te laat zijn”.
Lammetjes in de wei
De lammetjes worden echter op stal geboren zodat Johan en Monique ze goed in de gaten kunnen houden. Ongeveer 14 dagen na de geboorte, gaan de ooien met hun jongen weer naar de wei. “Vers gras stimuleert de melkproductie en de lammeren groeien dan als kool. Dat het dan nog best wel eens koud kan zijn, is voor de schapen geen enkel probleem” vult Monique aan. “Voor ons wacht dan nog een mooi klusje, het uitmesten en schoonmaken van de stal. Helaas is dat nog echt handwerk, wat we hopelijk in de toekomst nog kunnen mechaniseren. Gelukkig is de schapenmest geliefd bij mensen met een moestuin, dus de afzet daarvan is meestal geen probleem”. Zodra de lammetjes in de wei lopen kan het voorjaar echt beginnen. “Wij genieten enorm van het werken met de dieren. Als je de lammeren gezond ziet opgroeien dan is dat de kroon op ons werk en geeft dat ons enorm veel voldoening. Ik kan er uren naar kijken”, glundert Johan.