Familie Stevens
Aan de Broekhovenseweg in Riethoven, pal tegen de nieuwe N69 en onder de hete adem van ASML, runnen vader Gerrit (60), moeder Corine (57) en zoon Sjors (21) een melkveehouderij met ongeveer 150 melkkoeien en bijbehorend jongvee. Het bedrijf is een echt familiebedrijf. Omstreeks 1967 zijn de ouders van Gerrit, Janus Stevens en Maria van Otten, op deze locatie gestart met een gemengd bedrijf met ongeveer 30 koeien en slachtkuikens.
Gerrit had van jongs af aan al interesse in het werken met de dieren. Hij koos er dan ook voor om na de Havo de 1-jarige MAS te volgen, gevolgd door de kaderopleiding aan de praktijkschool in Horst. Dat zoon Sjors ervoor gekozen heeft om na de MAS zijn studie te vervolgen aan de HAS, ziet Gerrit als een positieve ontwikkeling. “Ik was destijds geen studiebol, ik was veel liever praktisch bezig. Dat was ook helemaal geen probleem, want om boer te worden moest je vooral goed vakman zijn. Voor de zaken waarvan je kennis tekort kwam, huurden we externe adviseurs in. Iedereen deed dat zo. Tegenwoordig red je het daar niet meer mee, naast vakman moet je ook beschikken over ondernemersvaardigheden om je bedrijf te kunnen runnen”. Sjors vult hierbij aan: “Ik heb eerst de driejarige opleiding Veehouderij aan de MAS gedaan, hier is een goede basis gelegd. Op de HAS wordt echter verdiepend op de lesstof ingegaan en ligt er meer nadruk op persoonlijke ontwikkeling en het opdoen van ondernemersvaardigheden. Hierdoor leer je kritisch te kijken naar je eigen bedrijf. Ook mijn stage afgelopen jaar in Brazilië, heeft mijn blik verruimd”.
Toekomst
Sjors hoopt in de toekomst het bedrijf van zijn ouders over te kunnen nemen. Hij zou de melkveehouderij graag verder willen ontwikkelen, zodat hij aan de bovenkant van de melkveesector mee kan draaien. “Om een boterham te kunnen verdienen in deze sector, moet je zorgen dat je bedrijf up to date is en blijft. Ik zou graag het bedrijf zo efficiënt mogelijk in willen richten, zodat het fijn en makkelijk werken is. In tegenstelling tot mijn ouders, zou ik in de toekomst misschien wel gebruik willen maken van vreemde arbeid zoals stagiaires of een zaterdaghulp”.
Of de toekomst voor Sjors ook op deze locatie te verwezenlijken is, hangt echter nog van veel dingen af. Gerrit zegt hierover: “Onze huiskavel is nu eigenlijk aan de krappe kant. In het verleden werkten we samen met onze buurman, waarmee we onderling grond konden ruilen. Door de komst van de nieuwe weg is deze buurman echter moeten verhuizen en is onze huiskavel letterlijk begrensd. De percelen van de buurman zijn gebruikt voor de aanleg van de weg. Dit zou in de toekomst voor problemen kunnen gaan zorgen aangezien de overheid graag toe wil naar grondgebondenheid. Simpel gezegd wil dit zeggen dat je nog maar een bepaald aantal koeien per hectare mag houden, maar tot op heden heeft de politiek hier nog steeds geen besluit over genomen”. Sjors hoopt in de toekomst weer een duurzame relatie met een akkerbouwer op te kunnen bouwen, zodat hij op deze manier het grondprobleem op kan lossen. Daarnaast ziet hij steeds meer collega’s om zich heen afhaken, waardoor hier en daar landbouwgrond te koop komt. “Dan is het echter aanschuiven in de rij bij Waterschap, projectontwikkelaars, natuurclubs etc. Als boer trek je dan al gauw aan het kortste eind”.
Moeder Corine vult nog aan: “Door de groei van ASML en de ontwikkelingen in de brainportregio zijn de huizenprijzen in Riethoven gigantisch gestegen. Op het moment dat Sjors de boerderij over wil nemen, zullen Gerrit en ik toch op zoek moeten naar een andere woning. Natuurlijk kunnen we dan ook uitwijken naar een ander dorp, maar het liefst blijven we toch in Riethoven. Hier hebben we ons sociale leven opgebouwd en we willen niet te ver van de boerderij af wonen zodat we nog bij kunnen springen indien nodig”.
Het gezin heeft ondanks alle beslommeringen nooit serieus overwogen om gebruik te maken van de opkoopregeling, zoals die nu door de overheid in het leven geroepen is. “Als je een zoon hebt die zijn hart bij het boeren heeft liggen, dan wil je hem die kans gunnen, zoals ik destijds ook van mijn ouders die kans heb gekregen”.
Positieve blik
Sjors ziet de toekomst echter positief tegemoet. “Je weet maar nooit welke kansen zich nog aandienen. Misschien is een tweede tak op het bedrijf in de toekomst nog een optie. Wellicht komt er met de groei van de brainportregio ook meer behoefte aan agrarische kinderopvang of een dagbesteding voor ouderen. Zelf ben ik daar de persoon niet voor, laat mij maar lekker boeren. Maar wie weet tref ik een partner die zoiets wel ziet zitten je weet maar nooit. Ik wil vooral met een open blik naar de toekomst kijken, doemdenken heeft geen zin. Ik laat me niet opvreten door elke regel die de overheid bedenkt, maar probeer juist de kansen te zien”!